Ik hield van je, we kusten ‘s morgens vroeg al lang en diep.
Je gouden haren uitgespreid op ‘t kussen waar je sliep.
Ja, velen kenden liefde, we zijn echt niet uniek,
in stad en land lachten ze net zo goed als jij en ik.
Maar nu blijken er afstanden, we moeten aan de slag.
Je ogen staan verdrietig nu,
maar ach, zo zeg je toch geen gedag.
Ik zocht niet naar een ander als ik aan het dwalen was.
Wandel met me op, we lopen altijd in de pas.
Mijn liefde vergezelt je, en jouw liefde blijft mij bij,
maar alles blijft veranderen, de zee, de duinenrij.
Praat maar niet van liefde, of van banden, vast en strak.
Je ogen staan verdrietig nu,
maar ach, zo zeg je toch geen gedag.
Ik hield van je, we kusten ‘s morgens vroeg al lang en diep.
Je gouden haren uitgespreid op ‘t kussen waar je sliep.
Ja, velen kenden liefde, we zijn echt niet uniek,
in stad en land lachten ze net zo goed als jij en ik.
Praat maar niet van liefde, of van banden, vast en strak.
Je ogen staan verdrietig nu,
maar ach, zo zeg je toch geen gedag.
Leonard Cohen