Beantwoord mij

Ik woon hier in een hut, onbeschut, onbedekt.
Er komt zelfs nooit een bij in mijn jampotten terecht.
Er zijn helemaal geen vogels, de natuur blijft hier ver weg.
Het is niet eens een hut.
En ik heb bovendien hier wat woorden weggezet,
ik spoot ze clandestien, vlak bij het parkingdeck.
Wat volwassen poëzie, niet te grofgebekt,
voor wie het maar wil zien.

Beantwoord mij,
beantwoord mij.
Mijn hart? Benard door de omsluiting van jouw ijspaleis.
Daar komt een hele stroom aan vrachtauto’s voorbij
aan hem die droomt van sterren, van het vlechten van een krans
voor de schouders van de vrouw waarmee hij danst.

De vroege ochtend sleept je weer mee, op je pad.
‘s Avonds krijg je alleen maar met de eenzaamheid contact.
De maan houdt zich gereed.
De zuidenwind waait zacht.
Je ligt elkaar niet goed.
Jij rijdt aan mij voorbij met je twee hondjes, onverstoord.
Zij rusten op een kussen, ze hebben alles voor.
Voor reiken naar jouw hand mis ik het codewoord,
voor reiken naar jouw hand.

Beantwoord mij,
beantwoord mij.
Mijn hart, benard in deze kleine cel, voelt zo onvrij.
Er komt een hele stroom aan vrachtauto’s voorbij
aan hem die droomt van sterren, van een ruiker of een tuil
voor de vrouw bij wie hij zich het liefst verschuilt.

De allerlaatste fee zoekt naar haar toverstok.
Mijn vriend de beek heeft zich in een plastic fles verstopt.
De voortgang van het jaar is bij de kunstbomen gestokt.
Alleen ik ben er nog.
Maar ik woon in een hut, onbeschut, onbedekt.
Er komt zelfs nooit een bij in mijn jampotten terecht.
Er zijn helemaal geen vogels, de natuur blijft hier ver weg.
Het is niet eens een hut.

Francis Cabrel


Geplaatst op

juli 2022

Bijdrage Weerklank