Kom naar het venster, mijn lieveling,
ik lees zo graag nog eens je hand.
Ik zag mezelf als een zigeunerkind,
toen ben ik in jouw bed beland.
Welaan, Adriaan, tijd om eens stil te staan,
dus lach en huil en huil en lach om hoe het is gegaan.
Wel, je weet dat ik graag met je leef,
maar bij jou raakte ik zoveel kwijt.
Ik vergat tot de engelen te bidden,
nu bidden de engelen niet voor mij.
Welaan, Adriaan…
We waren haast nog jong toen het begonnen is.
Het hele park rook naar sering.
Je hield me vast of ik een kruisbeeld was,
we knielden in de schemering.
Welaan, Adriaan…
In je brieven staat dat jij bij me bent.
Waarom voel ik me dan alleen?
Ik sta op het randje en jouw fijne web
bindt mijn enkel aan een steen.
Welaan, Adriaan…
Ik heb je weggestopte liefde nodig,
ik ben tot in mijn kern verkleumd.
Je ging weg omdat ik zo nieuwsgierig was,
maar moed gaf me nooit voldoende steun.
Welaan, Adriaan…
O, wat ben je toch een knappe vent.
Je bent weg, je koos een nieuwe naam.
Terwijl ik intussen de berg beklom,
mijn ogen vol met water staan.
Welaan, Adriaan…
Leonard Cohen