Er zijn of er niet zijn, is dat de vraag?
Het wordt al snel enkel een woordenspel:
“ik ben er niet, want ik voel me niet wel.”
Zo lokt de taal je in een hinderlaag.
Het is alsof je zegt dat je slechts zwijgt.
Bekend verhaal: een kapper knipt de heren
en scheert de mannen die zichzelf niet scheren.
Scheert hij zichzelf? Help! Een impasse dreigt.
Vast ritueel. De les begint. Wie mist er?
Notitie in het klassenboek, Magister
waarin ik meld wie er vandaag niet zijn.
Maar zit je op je telefoon te kijken,
dan kun je ook heel erg afwezig lijken.
Dan meld ik als docent: “je bent erbij!”