Hoor mij aan, o heer,
hoor mij aan.
Ik viel als een blok voor een wezen
met zinnen die nooit zijn voldaan,
ook na elk uren durende kezen,
lig ik knock-out,
ben ik bekaf,
en van nacht tot nacht word ik steeds bleker,
Ik eet maar door, ik sla niets af,
maar elke nacht gaat er een kilo af.
Ik denk vaak dat zij nooit eens slaapt.
Nacht na nacht, uur na uur,
mijn hart onder vuur.
Zullen haar partners ooit volstaan,
kan ze daarmee haar eetlust aan?
Tref ik voldoende helpers aan
om slapeloosheid te verslaan?
Niet okay,
niet okay, het knaagt
dat mijn nacht naast haar slapend voorbij gaat.
Ook al word ik door afgunst geplaagd,
soms verlang ik dat iemand me bijstaat.
Dat gaat door me heen elke nacht,
als zij aan me vast lijkt geplakt.
En ik denk aan gezegende mensen,
die dit lot enkel zaterdags wacht.
De zondag is nog veel erger.
(Geen uitslapen geldt, heel de week).
Zij blijft mijn lichaam bewerken.
Ik vraag om genade, ik smeek.
Op maandag ben ik niet lekker,
ik dommel zelfs op mijn kantoor.
Denk je eens in: er zijn gekken,
die kopen hier filmkaartjes voor.
Ik denk vaak dat zij nooit eens slaapt.
Nacht na nacht, uur na uur,
mijn hart onder vuur.
Zullen haar partners ooit volstaan,
kan ze daarmee haar eetlust aan?
Ja, door het gelach valt te vrezen,
dat het op een dag zo zal gaan.
Serge Lama