Fabelachtig

Fabelachtig, fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.
Fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.

Hé jij schat,
oeps ma’moiselle,
nee, klets je niet plat,
‘k beloof je dat,
ik ben vrijgezel,
net weer wel, hè fuck,
geen spel dus dat kinderen maakt, maar … eh, kom hier,
ogenblikje,
‘k heb je naam niet beklad,
respectvol, gelikt, maar ik ben het zo zat
want een jongen als ik
is voor jou niet in tel, hè,
Gisteren wel,
ik was fabelachtig

Fabelachtig, fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.
Fabelachtig,
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.

O, je houdt jezelf voor
een hele bink,
Want getrouwd, zoals ‘t hoort,
maar het is maar een ring, joh,
maak het niet meer,
Zij gaat er vandoor,
dat doen ze keer na keer.
Die andere chick,
had je het over haar?
Moet ik je maar verklikken
want dan is het klaar.
En die kleine pik?
Word je ooit een pa, ja?
Wacht nog 3 of 6 jaar,
en zie dan nog maar, is het

fabelachtig, fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.
Fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.

Kleine meid,
vergeef het mij,
dat niemand altijd
stom of leuk is, dat blijkt,
Zeurt ma tegen jou?
Bang om oma te zijn,
Is pa haar ontrouw
nu ze oud is en grijs, ja?
Waarom moet je blozen?
Hup, vlug terug,
En wat is er toch loos, hè,
kijk je alsof ik een aap lijk
terwijl iedereen braaf kijkt,
Stel bavianen,
geef mij een klein aapje.
Dat wordt

fabelachtig, fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.
Fabelachtig.
Jij was fabelachtig, ik was maar onmachtig.
Wij waren fabelachtig.

Stromae


Posted

in

by