Het voorjaar ontwaakt

Een vreemd stel bedgenoten, vorst en dooi, al-
maar chaos, schaars bedekt door dunne klei.
Voor hen is lente wel de laatste strohalm.
De dag kleurt hun gekwelde nachten bij
in ‘t maanlandschap dat plotseling ontstond
in opgehoogde, ondermijnde grond.

Woelend, hun ellebogen in een krappe
omhelzing, door hun rusteloze aard,
waarin hun lemen strijdlust nooit verslapte
sinds zij ooit zo merkwaardig zijn gepaard;
nooit bij elkaar serene rust gevonden
in barensnood. Een slagveld is hun sponde.

Vreemd, ze bevechten immers wat ze delen 
een stuurse trance, nachtmerries die hen plagen.
Bezie de schade die de spades helen,
zouden we niet wat minder moeten klagen?
Geen angstdroom kan de omvang evenaren
van wat zich wrikkend opwerkt door de aarde.

Robert B. Shaw


Geplaatst op

september 2024

Bijdrage Weerklank