Op een dag was ik het even kwijt.
Er was weer net te veel dat me niet lukte.
Ik gunde me ook onvoldoende tijd,
wat zorgde voor een groot gevoel van drukte.
Mijn lichaam bood me ook al geen respijt.
Mijn rug deed zeer, zelfs als ik me niet bukte.
Ik was op een nare plaats beland.
Ik mopperde en bleef mezelf beklagen.
Ik had mezelf niet goed meer in de hand,
Ik zag zelfs kleuren helemaal vervagen.
Ik vond mezelf behoorlijk irritant.
Toch wist er iets mijn stemming te verjagen…
Want… buiten klonk een liedje, een liedje van verlangen.
Het had een eenvoudige, betoverende wijs.
Al hoorde ik een ongeschoolde zanger,
hij wist mijn problemen weg te vangen
en ik zag de wereld zo niet langer
als uitsluitend kleurloos, grauw en grijs.
Het was alsof ineens alles weer kon.
Mijn zin verscheen opnieuw toen iemand zong.
Nee, de woorden gingen niet zo diep.
Het lied ging over liefde en de lente.
Het was misschien wel wat stereotype,
maar het beschreef fantastische momenten.
Het was of het iets in me wakker riep,
Ik opende en werd weer wat attenter.
Plotseling had ik het inzicht weer.
En plotseling begon ik te bewegen.
Want mijn getob mocht gerelativeerd.
Ik kwam niet enkel muizenissen tegen.
En zelfs mijn rug deed bijna niet meer zeer.
Ik leek er zo maar bovenuit gestegen.
Want… iemand zong een liedje, een liedje van verlangen.
Het had een eenvoudige, betoverende wijs.
Al hoorde ik een ongeschoolde zanger,
hij wist mijn problemen weg te vangen
en ik zag de wereld zo niet langer
als uitsluitend kleurloos, grauw en grijs.
Het was alsof ineens alles weer kon.
Mijn zin verscheen zodra zijn lied weerklonk.