Ik klauter uit mijn bed,
om de strijd weer aan te vangen.
Ik rook een sigaret
en ik span mijn spieren aan.
Ik zeg: dit ben ik niet,
het is mijn dubbelganger.
Onvergetelijk, onvergetelijk,
onvergetelijk, maar wat was het eigenlijk?
Ik snel langs de weg,
ik ga terug naar Phoenix.
Ik heb dit oud adres
van iemand die ik ken.
’t Is gratis, hoog en droog,
of vind je dat idee niks?
Onvergetelijk, onvergetelijk,
onvergetelijk, maar wie was het eigenlijk?
Ik kom er straks aan
met een bosje vol met stekels.
Herinneringen voeden mijn machien.
En ik zweer het op mijn hart,
wij worden niet ingerekend.
Gebeurt dat toch? Zeg dat ik het verdien.
Ik hield van je, mijn hele leven lang.
En zo wil ik ermee stoppen.
De zomer loopt ten eind,
De winter stelt zich in vast.
De zomer, voorbij,
Maar van alles blijft er doorgaan.
Onvergetelijk, onvergetelijk,
onvergetelijk, maar wat was het eigenlijk?
Leonard Cohen