Tweespraak voor dag en nacht

Ik zie nog steeds geen nieuw gedicht ontstaan.
Het thema brengt wel snel in mijn gedachten
het “Fatal Interview”, lied van de maan.
Edna St. Vincent Millay schreef het prachtig.

Zie je, de winterwind zwol hevig aan.
En in ons won een storm ook snel aan krachten.
De aloude begeerte. Ik gaf aan
dat dit de tijd is van de lange nachten.

Zij, dertig plus, strikte een jonge blaag,
George Dillon, voor een intense verhouding.
Door heel wat ups en nog meer downs geplaagd.
Geen daarvan was haar prominente trouwring.

“Weg zijn, verdreven van de zomerhaag,
de vroege mus, bloemen, opengevouwen.
De zon staat rond het middaguur maar laag.
Fijn, extra uren om van je te houden.”

Sonnet voor elke week, nadrukkelijk
beschrijft ze hoe het opkwam, zou vergaan.
Tijd vliegt voorbij, alles gaat ook weer stuk.
De dood laat liefde nooit onaangedaan.

Helaas, reeds trekt het duister zich terug.
Ondanks de sneeuw zie je de bomen staan.
Monsterlijk afscheid, zo verachtelijk.
Hoe moet ik bij jou weg, hoe kan ik gaan?

Een half jaar later in een oogopslag.
Voor dag en nacht wisseling van de wacht.

Tegennatuurlijk, deze kortste nacht.
Vaarwel. De dag breekt aan. De langste dag.


Geplaatst op

december 2023

Zwols Dichterscollectief. Thema: De kortste dag. Cursief staat mijn vertaling van sonnet 13 uit Fatal Interview van Edna St. Vincent Millay.