Er ligt een schip voor anker aan de kade,
gereed om weer naar Engeland te gaan.
Ver van jouw eiland waar altijd de zon schijnt,
moet het opnieuw op storm en regen aan.
Ik zal er mee vertrekken morgenochtend,
en ons afscheid maakt me een verdrietig man.
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Er is, hoor ik, een vuile oorlog gaande,
ik ken daarvan de gruwelen al wel..
Ik zie de eerste strijdvlag al gehesen,
kanonnen vuren, straks wordt het een hel.
De angst om dood te gaan baart mij geen zorgen.
Maar dit afscheid, daar word ik verbitterd van.
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Als dood en donker mij hebben omsingeld,
gaat zo mijn schip ten onder in de nacht,
dan ruik ik weer de geuren van jouw eiland,
de golven hebben me bij jou gebracht.
En mocht ik Engeland veilig bereiken,
voldoet de mist over de dalen dan?
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Jij bent betoverend. Ik heb van je gehouden,
meer dan ik je met woorden zeggen kan.
Roger Whittaker